De tarieven en schijven in de inkomstenbelasting en loonbelasting wijzigen vanaf 1 januari 2027 als volgt. Houd er rekening mee dat de jaarlijkse indexering mogelijk nog niet in alle cijfers is meegenomen.
|
Tarief inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen (jonger dan AOW-leeftijd) |
||||
|---|---|---|---|---|
| Inkomen 2026 vanaf | Tarief 2026 | Inkomen 2027 vanaf | Tarief 2027 | |
| Eerste schijf | € 0 | 35,75% | € 0 | 36,23% |
| Tweede schijf | € 38.883 | 37,56% | € 39.247 | 38,16% |
| Derde schijf | € 78.426 | 49,50% | € 78.426 | 49,50% |
|
Tarief inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen AOW-gerechtigd (geboren in 1945 of eerder) |
||||
|---|---|---|---|---|
| Inkomen 2026 vanaf | Tarief 2026 | Inkomen 2027 vanaf | Tarief 2027 | |
| Eerste schijf | € 0 | 17,85% | € 0 | 18,33% |
| Tweede schijf | € 41.123 | 37,56% | € 41.637 | 38,16% |
| Derde schijf | € 78.426 | 49,50% | € 78.426 | 49,50% |
|
Tarief inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen AOW-gerechtigd (geboren in 1946 of later) |
||||
|---|---|---|---|---|
| Inkomen 2026 vanaf | Tarief 2026 | Inkomen 2027 vanaf | Tarief 2027 | |
| Eerste schijf | € 0 | 17,85% | € 0 | 18,33% |
| Tweede schijf | € 38.883 | 37,56% | € 39.247 | 38,16% |
| Derde schijf | € 78.426 | 49,50% | € 78.426 | 49,50% |
Vanaf 2027 wijzigen ook de heffingskortingen. Ook hier geldt dat de jaarlijkse indexering nog niet in alle cijfers is meegenomen.
| Algemene heffingskorting | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Maximaal (< AOW-leeftijd) | € 3.115 | € 3.154 |
| Maximaal (> AOW-leeftijd) | € 1.556 | € 1.596 |
| Afbouw algemene heffingskorting vanaf | € 29.737 | € 30.910 |
| Afbouw algemene heffingskorting tot en met | € 78.426 | € 78.426 |
| Afbouwpercentage (< AOW-leeftijd) | 6,398% | 6,638% |
| Afbouwpercentage (> AOW-leeftijd) | 3,195% | 3,358% |
| Arbeidskorting | 2026 | 2027 |
| Maximaal (< AOW-leeftijd) | € 5.685 | € 5.929 |
| Maximaal (> AOW-leeftijd) | € 2.840 | € 2.964 |
| Afbouw arbeidskorting vanaf | € 45.592 | € 47.834 |
| Afbouw arbeidskorting tot en met | € 132.920 | € 138.700 |
| Afbouwpercentage (< AOW-leeftijd) | 6,510% | 6,510% |
| Afbouwpercentage (> AOW-leeftijd) | 3,250% | 3,250% |
| Overige heffingskortingen | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Jonggehandicaptenkorting | € 923 | € 935 |
| Maximum inkomensafhankelijke combinatiekorting | € 3.032 | € 2.918 |
| Maximum ouderenkorting | € 2.067 | € 1.993 |
| Alleenstaande ouderenkorting | € 540 | € 547 |
| Groene beleggingen (% van de vrijstelling) | 0,10% | 0,10% |
De zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de meewerkaftrek en stakingsaftrek dalen met ingang van 1 januari 2027. De mkb-winstvrijstelling blijft op hetzelfde niveau als in 2026. In cijfers:
| Ondernemersaftrekken | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Zelfstandigenaftrek (< AOW-leeftijd) | € 1.200 | € 900 |
| Zelfstandigenaftrek (> AOW-leeftijd) | € 600 | € 450 |
| Verlaging zelfstandigenaftrek starter (< AOW-leeftijd) | € 2.123 | € 10 |
| Afschaffing zelfstandigenaftrek starter (< AOW-leeftijd) | 1 januari 2028 | |
| Verlaging zelfstandigenaftrek starter (> AOW-leeftijd) | € 1.063 | € 5 |
| Aftrek speur- en ontwikkelingswerk | € 15.979 | € 15.745 |
| Aanpassing aftrek speur- en ontwikkelingswerk starter | € 7.996 | € 7.878 |
| Maximum meewerkaftrek bij 1.750 uur of meer meegewerkte uren (% van de winst) | 4% | 1% |
| Meewerkaftrek bij 1.225 – 1.750 meegewerkte uren | 3% | 0,75% |
| Meewerkaftrek bij 875 – 1.225 meegewerkte uren | 2% | 0,5% |
| Meewerkaftrek bij 525 – 875 meegewerkte uren | 1,25% | 0,313% |
| Meewerkaftrek bij minder dan 525 meegewerkte uren | Geen aftrek | Geen aftrek |
| Afschaffing meewerkaftrek | 1 januari 2030 | |
| Maximum startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid (eerste jaar) | € 12.000 | € 12.000 |
| Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid (tweede jaar) | € 8.000 | € 8.000 |
| Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid (derde jaar) | € 4.000 | € 4.000 |
| Afschaffing startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid | 1 januari 2029 | |
| Stakingsaftrek | € 3.630 | € 908 |
| Afschaffing stakingsaftrek | 1 januari 2030 | |
| Mkb-winstvrijstelling (% van de winst) | 12,70% | 12,70% |
Let op!
De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd naar € 10. Vervolgens wordt deze per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt een jaar later afgeschaft, per 1 januari 2029, maar blijft in 2027 en 2028 nog bestaan. Verder wordt waarschijnlijk met ingang van 2027 de meewerkaftrek met 75% afgebouwd en wordt de stakingsaftrek in één keer verlaagd tot € 908. Per 1 januari 2030 vervallen dan ook de meewerkaftrek en stakingsaftrek volledig.
De tarieven in box 2 blijven in 2027 gelijk. Wel worden de schijven geïndexeerd. In cijfers:
| Jaar | Schijf | Belastbaar inkomen box 2 | Tarief |
|---|---|---|---|
| 2027 | 1 | tot € 69.607 | 24,50% |
| 2 | vanaf € 69.607 | 31,00% | |
| 2026 | 1 | tot € 68.843 | 24,50% |
| 2 | vanaf € 68.843 | 31,00% |
Fiscaal partners mogen beiden de eerste schijf toepassen.
Tip!
Overweeg je dit jaar nog een dividenduitkering? Maak dan waar mogelijk gebruik van de eerste box 2-schijf van maximaal € 68.843 of € 137.686 voor fiscale partners. Keer je meer dividend uit dan de eerste schijf? Dan kan spreiding over 2026 en 2027 voordelig zijn. Of uitstel daadwerkelijk voordeel oplevert, hangt onder meer af van de geïndexeerde schijfgrens voor 2027, box 3, de algemene heffingskorting en eventuele excessieve leningen.
Let op!
Dividenduitkeringen beïnvloeden ook de algemene heffingskorting, je vermogen in box 3 en eventuele excessieve leningen. Overleg met je adviseur of een uitkering in 2026 voordelig is.
Tip!
Heeft je partner geen eigen inkomen? Dan kan dividend uitkeren gunstig zijn om de algemene heffingskorting optimaal te benutten.
Let op!
Heb je als aanmerkelijkbelanghouder een schuld van meer dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden)? Dan heb je tot en met 31 december 2026 de tijd om deze af te lossen. Anders betaal je box 2-belasting over het bedrag boven de € 500.000, tenzij je deze belasting een jaar eerder al voldeed.
Het tarief in box 3 blijft in 2027 ongewijzigd. Wel verandert het heffingsvrije vermogen licht en daalt de vrijstelling voor groene beleggingen aanzienlijk. Vanaf 2028 vervalt deze vrijstelling volledig. Ook het forfaitair rendement voor overige bezittingen wijzigt licht in 2027. De forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden zijn nog niet bekend. In cijfers:
| 2026 | 2027 | |
|---|---|---|
| Tarief | 36% | 36% |
| Heffingsvrij vermogen alleenstaande | € 59.357 | € 60.098 |
| Heffingsvrij vermogen fiscale partners gezamenlijk | € 118.714 | € 120.196 |
| Vrijstelling groene beleggingen | € 26.715 | € 200 |
| Vrijstelling groene beleggingen fiscale partners gezamenlijk | € 53.430 | € 400 |
Het kabinet was voornemens om per 1 januari 2028 een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement in te voeren. Volgens een op Prinsjesdag gepubliceerde Kamerbrief wordt de behandeling van het huidige wetsvoorstel voorlopig geparkeerd. Daardoor is invoering per 1 januari 2028 onzeker.
Tip!
Was je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement? Dan kun je ook je werkelijke rendement in de aangifte inkomstenbelasting opgeven. Vraag je adviseur hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden en of dit belastingvoordeel oplevert.
De tarieven en schijven in de vennootschapsbelasting blijven ongewijzigd. In cijfers:
| Jaar | Schijf | Belastbaar bedrag | Tarief |
|---|---|---|---|
| 2027 | 1 | tot en met € 200.000 | 19,00% |
| 2 | meer dan € 200.000 | 25,80% | |
| 2026 | 1 | tot en met € 200.000 | 19,00% |
| 2 | meer dan € 200.000 | 25,80% |
Koop je een woning die je niet als hoofdverblijf gebruikt? Vanaf 1 januari 2027 betaal je 7% overdrachtsbelasting in plaats van 8% (2026). Hierdoor wordt investeren in huurwoningen, tweede woningen en vakantiewoningen mogelijk aantrekkelijker. Ook groeit het aanbod in het middenhuursegment wellicht.
De tariefstructuur is vanaf 2027:
0%: startersvrijstelling (onder voorwaarden)
2%: voor woningen die door de koper zelf als hoofdverblijf worden gebruikt
7%: voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt (zoals beleggingen, verhuur of recreatie)
10,4%: voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden en kantoren
Tip!
Overweeg je te investeren in een tweede woning of een woning voor verhuur? Dan bespaar je 1% overdrachtsbelasting als de overdracht bij de notaris in 2027 valt in plaats van in 2026.
De accijnstarieven voor bier, wijn, tussenproducten en overige alcoholhoudende producten worden vanaf 2027 jaarlijks aangepast aan de inflatie.
Let op!
Het verlaagde accijnstarief voor kleine brouwerijen vervalt per 1 januari 2028. Hierdoor stijgt het accijnstarief voor brouwerijen die jaarlijks maximaal 200.000 hectoliter bier produceren van € 7,51 naar € 8,12 per hectoliter per volumeprocent alcohol. Zo betalen alle brouwerijen hetzelfde accijnstarief.
Tariefgroep 1 (partners en kinderen)
| Jaar | Schijf | Tarief |
|---|---|---|
| 2027 | Tot € 162.795 | 10% |
| Vanaf € 162.795 | 20% | |
| 2026 | Tot € 158.669 | 10% |
| Vanaf € 158.669 | 20% |
Tariefgroep 2 (kleinkinderen en verdere afstammelingen)
| Jaar | Schijf | Tarief |
|---|---|---|
| 2027 | Tot € 162.795 | 18% |
| Vanaf € 162.795 | 36% | |
| 2026 | Tot € 158.669 | 18% |
| Vanaf € 158.669 | 36% |
Tariefgroep 3 (overige personen)
| Jaar | Schijf | Tarief |
|---|---|---|
| 2027 | Tot € 162.795 | 30% |
| Vanaf € 162.795 | 40% | |
| 2026 | Tot € 158.669 | 30% |
| Vanaf € 158.669 | 40% |
Vrijstellingen schenkbelasting
| Soort vrijstelling | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Jaarlijkse vrijstelling ouder aan kind | € 6.908 | € 7.088 |
| Jaarlijkse vrijstelling overige personen | € 2.769 | € 2.841 |
| Eenmalig verhoogde vrijstelling kind, vrij besteedbaar | € 33.129 | € 33.990 |
| Eenmalig verhoogde vrijstelling kind voor kostbare studie | € 69.009 | € 70.803 |
Vrijstellingen erfbelasting
| Verkrijger | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Partner | € 828.035 | € 849.564 |
| Kind, pleegkind of stiefkind | € 26.230 | € 26.912 |
| Kleinkind | € 26.230 | € 26.912 |
| Achterkleinkind en verdere afstammelingen | € 2.769 | € 2.841 |
| Kind met een kwalificerende beperking | € 78.671 | € 80.716 |
| Ouder | € 62.110 | € 63.725 |
| Overige erfgenaam | € 2.769 | € 2.841 |
Tip!
Inventariseer vóór 2027 je vergoedingen, verstrekkingen, mobiliteitsafspraken en andere arbeidsvoorwaarden. Zo zie je snel waar de nieuwe regels invloed hebben op je organisatie.
Als werkgever of ondernemer kun je zakelijke kilometers tot een maximumbedrag onbelast vergoeden of aftrekken. Voor de loonheffingen geldt woon-werkverkeer daarbij als zakelijk verkeer.
De maximale onbelaste vergoeding stijgt van € 0,23 naar € 0, 25 per kilometer. De staatssecretaris van Financiën keurde deze verhoging al in mei 2026 goed via een beleidsbesluit. De verhoging wordt nu wettelijk vastgelegd en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De wijziging kan ook gevolgen hebben voor andere kilometerforfaits.
Als werkgever krijg je hierdoor meer ruimte om de werkelijke reiskosten van werknemers onbelast te vergoeden. Niet alle werknemers hebben automatisch recht op € 0,25 per kilometer. Dat hangt af van de cao, arbeidsovereenkomst en de afspraken binnen de organisatie.
Tip!
Controleer of je het mobiliteitsbeleid en de salarisverwerking met terugwerkende kracht wil aanpassen. Houd daarbij rekening met afspraken in de cao en arbeidsovereenkomsten.
Het bedrag waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd, bedraagt in 2026 € 137.800. Boven deze grens is pensioenopbouw onder meer mogelijk via een nettopensioen of lijfrente. Van 2027 tot 2032 wordt de grens niet geïndexeerd en blijft € 137.800. Vooral werknemers met een hoger loon kunnen hierdoor eerder tegen deze grens aanlopen. Voor hen kan aanvullende pensioen- of vermogensopbouw interessant zijn.
Via de werkkostenregeling kun je als werkgever vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsloon. Gerichte vrijstellingen gaan niet ten koste van de vrije ruimte. Overschrijd je de vrije ruimte? Dan betaal je 80% eindheffing. Vanaf 1 januari 2027 bedraagt de vrije ruimte 2,16% over de eerste € 400.000 van de loonsom en 1,18% over het bedrag daarboven.
Vanaf diezelfde datum vervalt de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten. Geef je als werkgever je werknemers korting op producten van je eigen bedrijf? Dan moet je deze korting vanaf 2027 onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
Let op!
Hierdoor overschrijd je de vrije ruimte mogelijk eerder en betaal je sneller de 80% eindheffing.
Tip!
Inventariseer welke afspraken in cao’s, personeelshandboeken en arbeidsvoorwaarden staan. Beoordeel vervolgens of je deze afspraken door de wijziging wilt aanpassen.
Vanaf 1 januari 2027 krijg je als werkgever te maken met een aparte heffing voor fossiele personenauto’s die werknemers ook privé mogen gebruiken. Deze heffing komt boven op de bijtelling voor de werknemer.
Als werkgever betaal je straks een extra heffing van 12% van de cataloguswaarde van een fossiele personenauto die een werknemer ook privé mag gebruiken. Voor personenauto’s die al ter beschikking zijn gesteld, voorziet het voorstel in overgangsrecht tot en met 31 december 2030.
Het Belastingplan 2027 bevat verschillende uitzonderingen. Zo geldt een uitzondering voor vervangende auto’s tijdens onderhoud, reparatie, bandenwissel of schadeherstel. Deze uitzondering geldt maximaal 14 kalenderdagen per onderhouds- of reparatieperiode.
Daarnaast geldt tot en met 31 december 2030 één tijdelijke uitzondering per kalenderjaar voor maximaal zeven aaneengesloten dagen. Deze uitzondering geldt voor een fossiele huur- of deelauto die ook privé ter beschikking staat. Rijscholen hoeven bovendien geen pseudo-eindheffing te betalen voor handgeschakelde lesauto’s.
De werkgeversheffing komt naast de bijtelling van de werknemer. Deze kun je niet op de werknemer verhalen. Fossiele leaseauto’s kunnen daardoor fors duurder uitvallen, vooral bij auto’s met een hoge cataloguswaarde.
Tip!
Breng per auto de cataloguswaarde en de datum van eerste terbeschikkingstelling in kaart. Beoordeel vervolgens of en hoe je het wagenpark wil aanpassen.
In sommige situaties kan dezelfde grondslag zowel onder de pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s als onder de pseudo-eindheffing voor hoge vertrekvergoedingen vallen.
Vanaf 1 januari 2027 voorkomt een samenloopregel dat dezelfde cataloguswaarde volledig meetelt voor beide werkgeversheffingen. Dit is alleen relevant als de heffing voor een fossiele auto samenvalt met die voor een hoge vertrekvergoeding.
Met de expatregeling kun je bepaalde werknemers die uit het buitenland komen een onbelaste vergoeding geven voor extra kosten die samenhangen met werken in Nederland. De regeling geldt niet automatisch voor iedere grensarbeider.
Vanaf 2027 daalt de onbelaste vergoeding naar 27%. Ook gaan hogere salarisnormen gelden. Naar verwachting bedraagt de reguliere salariseis € 50.436.
Door de verlaging naar 27% wordt een kleiner deel van het loon onbelast. Voor nieuwe werknemers kan het door de hogere salarisnormen lastiger worden om voor de regeling in aanmerking te komen. Voor bestaande werknemers kan overgangsrecht gelden. Hierdoor kunnen binnen je organisatie verschillende regimes naast elkaar bestaan.
Voor innovatieve start-ups en scale-ups kan het lastig zijn om goede medewerkers aan te trekken en vast te houden. Een nieuwe regeling moet medewerkersparticipatie via aandelenopties fiscaal aantrekkelijker maken. Werknemers die via opties aandelen in hun werkgever kopen, werden voorheen belast over het volledige voordeel. Dit voordeel is het verschil tussen de inleg en de verkoopopbrengst.
Onder de nieuwe regeling blijft 35% van dit voordeel belastingvrij. Daarnaast betaalt de werknemer pas belasting op het moment dat de aandelen worden verkocht. Tussen de toekenning van de aandelenopties en de verkoop van de verkregen aandelen uit de aandelenopties moet minimaal twee jaar zitten. Bij een beursgang of verkoop van de onderneming geldt een uitzondering en mag verkoop wel binnen twee jaar plaatsvinden.
Let op!
De regeling geldt niet bij verkoop van de aandelenopties, maar alleen bij verkoop van de met de aandelenopties verkregen aandelen.
Je onderneming heeft hiervoor wel een beschikking van RVO nodig. Daaruit moet blijken dat sprake is van een innovatie start-up of scale-up met een schaalbaar bedrijfsmodel. Dit betekent dat de omzet sterk kan groeien, zonder dat de personeelskosten en andere kosten even hard hoeven mee te groeien.
Deze beschikking is vanaf de dagtekening acht jaar geldig. Onder voorwaarden kun je de beschikking steeds met vijf jaar verlengen, tot een totale looptijd van maximaal 23 jaar.
Daarnaast gelden enkele administratieve voorwaarden. Zo moet je goedkeuring geven voor de verkoop en administreren wat de status is van alle verleende opties.
Tip!
Onderzoek of je onderneming voor een RVO-beschikking in aanmerking komt. Beoordeel daarnaast of werknemersparticipatie kan helpen om talent aan te trekken, te belonen en te behouden.
Deze regeling moet op 1 januari 2027 ingaan. De definitieve inwerkingtreding vindt plaats op een tijdstip dat bij koninklijk besluit wordt bepaald. Aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, kunnen mogelijk ook gebruikmaken van de regeling. Daarvoor moeten de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan.
Maakt je onderneming gebruik van de start-up-regeling? Dan krijg je te maken met een nieuwe meldplicht bij RVO. Voldoet je onderneming niet langer aan de voorwaarden voor een start-up of scale-up of gaat zij failliet? Dan moet je dit binnen vier weken bij RVO melden.
Als je niet aan deze verplichting voldoet, kan volgens de toelichting een bestuurlijke boete volgen die kan oplopen tot € 103.000. Ook kan RVO de beschikking intrekken, waardoor de fiscale voordelen voor werknemersopties verloren kunnen gaan.
Tip!
Richt je interne processen zo in dat je wijzigingen in de ondernemingsstructuur, aandeelhouderspositie of kwalificatiestatus direct signaleert. Zo kun je wijzigingen binnen vier weken melden.
Bij internationale start-up-groepen gelden extra voorwaarden. Aandelen van een moederbedrijf vallen alleen onder de regeling als ook dat moederbedrijf een geldige RVO-beschikking heeft. Daarnaast wordt gekeken of de onderneming voldoet aan de Europese mkb-definitie. Is dat niet het geval? Dan kan mogelijk de Europese de-minimisregeling worden gebruikt. Hiervoor geldt een maximaal steunbedrag van € 300.000.
Dit betekent dat internationale groepen hun groepsstructuur, werknemersaantallen, financiële gegevens en eventuele andere steunmaatregelen al bij de toekenning van opties zorgvuldig moeten vastleggen.
Tip!
Bewaar bij iedere optietoekenning een volledige grant date-documentatie met groepsgegevens, werknemersaantallen en staatssteungegevens.
Vanaf 1 januari 2027 geldt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Deze wet introduceert een verplicht toelatingsstelsel voor uitzendbureaus, detacheerders en andere ondernemingen die personeel uitlenen. De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) verleent de toelating of ontheffing.
Het jaar 2027 geldt als overgangsjaar. Inleners kunnen vanaf 1 juli 2027 in het openbare register van de NAU controleren of een uitlener is toegelaten, ontheffing heeft of nog onder de overgangsregeling valt.
Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten wel tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een toelating aanvragen. Het beoordelen van bedrijven begint vanaf 1 juli 2027.
Let op!
Uitleners moeten zich tussen 1 november en 31 december 2026 aanmelden voor de overgangsregeling. Als zij dan van 1 mei 2027 tot en met 30 juni 2027 een aanvraag tot toelating doen, kunnen zij personeel blijven uitlenen gedurende de tijd dat hun aanvraag door de NAU beoordeeld wordt. Een uitlener die op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk heeft, moet wel een aanvraag tot toelating doen, maar hoeft zich niet aan te melden voor de overgangsregeling.
Vanaf 1 januari 2028 start de Nederlandse Arbeidsinspectie met de handhaving. Voor die tijd moeten uitleners de benodigde stappen zetten om een toelating of ontheffing te krijgen. Huur je als werkgever personeel in van een uitlener zonder toelating? Dan kan zowel de uitlener als jij vanaf 2028 een forse boete krijgen.
Tip!
Breng zo spoedig mogelijk in kaart via welke partijen je personeel inhuurt. Controleer of deze uitleners straks over de vereiste toelating beschikken en leg in je contracten vast dat zij aan de toelatingsplicht blijven voldoen. Zo verklein je het risico op boetes, onverwachte kosten en problemen met je personeelsinzet.
Tip!
Collegiale uitleen, waarbij geen winst wordt gemaakt of in- en uitleen binnen concernverband, valt straks niet onder het toelatingsstelsel. Bovendien kunnen bedrijven die in zeer beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen om ontheffing vragen als de inkomsten uit het uitlenen minder zijn dan 10% van de totale inkomsten in een jaar én die inkomsten niet hoger zijn dan € 5 miljoen per jaar.
Een ouderdomspensioen moet uiterlijk vijf jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd ingaan. Gebeurt dat niet? Dan kan de waarde van het volledige pensioen in één keer worden belast. Daar kan een extra heffing bovenop komen.
In de praktijk lukt het pensioenuitvoerders niet altijd om een deelnemer op tijd te bereiken, bijvoorbeeld omdat iemand naar het buitenland is verhuisd en het in Nederland opgebouwde pensioen is vergeten.
De Fiscale verzamelwet 2027 maakt het mogelijk om deze zware belastingheffing onder voorwaarden te voorkomen. De deelnemer moet het pensioen dan zo snel mogelijk alsnog laten ingaan.
De gemiste pensioenuitkeringen worden in één keer uitbetaald en belast op het moment dat de deelnemer deze ontvangt. Daardoor kan het inkomen in dat jaar hoger uitvallen. Dit kan gevolgen hebben voor het belastingtarief en voor inkomensafhankelijke regelingen.
Let op!
De voorwaarden voor deze versoepeling worden verder uitgewerkt in een ministeriële regeling.
Een opdrachtgever en een opdrachtnemer kunnen er samen voor kiezen om hun arbeidsverhouding voor de loonbelasting als dienstbetrekking te behandelen. Dit heet opting-in.
De opdrachtgever houdt dan loonbelasting in op de vergoeding van de opdrachtnemer. Ook gelden de overige regels voor de loonbelasting voor deze arbeidsrelatie. Zo kun je als werkgever onder meer zaken vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen via de werkkostenregeling.
Nu moeten de opdrachtgever en opdrachtnemer nog een gezamenlijke verklaring naar de Belastingdienst sturen. Deze meldplicht verandert in een bewaarplicht. Je hoeft de verklaring niet meer op te sturen. Je moet de ondertekende en gedateerde verklaring wel bij je loonadministratie bewaren.
De Belastingdienst kan werkgevers verplichten om nieuwe werknemers uiterlijk op hun eerste werkdag aan te melden. Deze eerstedagsmelding is bedoeld om fraude en illegale arbeid tegen te gaan, maar wordt volgens de aangeleverde informatie in de praktijk niet meer gebruikt. De mogelijkheid om deze verplichting op te leggen, vervalt. Heeft de Belastingdienst je als werkgever vóór 1 januari 2027 een eerstedagsmelding opgelegd? Dan hoef je vanaf die datum niet meer aan deze verplichting te voldoen. De normale verplichtingen voor je loonadministratie en aangifte loonheffingen blijven bestaan.
Doe je als werkgever aan speur- en ontwikkelingswerk? Dan kun je daarvoor een beschikking aanvragen bij RVO. Daarmee kun je minder loonheffing afdragen. De hoogte daarvan hangt onder meer af van het aantal gewerkte uren en het gemiddelde uurloon van de betrokken werknemers.
Heb je in de afgelopen twee jaar geen S&O-beschikking aangevraagd? Dan geldt een vast uurloon voor de berekening. Dit uurloon stijgt per 1 januari 2027 van € 29 naar € 33. Deze verhoging kan leiden tot een hogere tegemoetkoming voor werkgevers die met dit vaste uurloon rekenen.
De grens van € 391.020 voor de eerste schijf en de bijbehorende percentages veranderen in 2027 niet.
Het kabinet wil een deel van de extra defensie-uitgaven financieren via een zogenoemde vrijheidsbijdrage van burgers en bedrijven. Voor werkgevers wordt deze bijdrage grotendeels verwerkt in een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Hierdoor stijgen je loonkosten. De definitieve premiepercentages staan nog niet vast en worden later bekendgemaakt.
Let op!
Houd in je personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere werkgeverslasten. Pas de loonkostenberekening aan zodra de definitieve Aof-premiepercentages bekend zijn.
De energie-investeringsaftrek geeft je – naast de normale afschrijving – een extra aftrek voor aangewezen energiezuinige bedrijfsmiddelen. Tijdige melding en opname op de Energielijst zijn daarbij vereist.
Vanaf 1 januari 2027 stijgt het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek van 40 naar 45,5%. De hogere aftrek verlaagt de fiscale winst en daarmee de belasting die over de winst is verschuldigd.
Door het hogere belastingvoordeel vallen de uiteindelijke kosten van een energiezuinige investering lager uit. Het voordeel geldt alleen als het bedrijfsmiddel op de Energielijst staat van RVO, tijdig wordt gemeld en aan de overige voorwaarden voldoet. Houd daarom rekening met het investeringsmoment en de ingebruikname.
Tip!
Controleer vóór het aangaan van de investeringsverplichting of het bedrijfsmiddel op de Energielijst staat en bewaak de meldingstermijn van drie maanden.
De stakingsaftrek vermindert eenmalig de belaste stakingswinst. De meewerkaftrek geeft onder voorwaarden een aftrek als de partner zonder zakelijke beloning in de onderneming meewerkt.
De stakingsaftrek daalt van maximaal € 3.630 naar € 908. Ook de percentages van de meewerkaftrek gaan fors omlaag: van 1,25%, 2%, 3% en 4%, naar respectievelijk 0,32%, 0,5%, 0,75% en 1%. Beide regelingen verdwijnen aan het begin van het derde kalenderjaar na het jaar waarin de verlaging ingaat. Bij inwerkingtreding per 2027 vervallen de regelingen dus per 1 januari 2030.
Staak je je onderneming tussen 2027 en 2029? Dan kun je aanzienlijk minder stakingswinst vrijstellen. Ook het fiscale voordeel van een meewerkende partner neemt sterk af. Vanaf 2030 vervallen beide aftrekposten volgens het voorstel volledig.
Tip!
Wil je binnen enkele jaren stoppen of werkt je partner mee? Laat dan berekenen wat deze afbouw voor jouw situatie betekent.
De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat je als IB-ondernemer van de winst mag aftrekken als je voldoet aan het urencriterium.
De zelfstandigenaftrek daalt per 1 januari 2027 van € 1.200 naar € 900. Voor latere jaren is niet zonder meer zeker dat het nominale bedrag € 900 blijft, omdat toekomstige indexering of wetgeving het bedrag kan wijzigen.
Heb je recht op de volledige aftrek? Dan krijg je in 2027 € 300 minder aftrek dan in 2026. Hierdoor stijgt de winst vóór toepassing van de mkb-winstvrijstelling. Het netto-effect hangt af van het belastingtarief en de heffingskortingen.
Tip!
Laat bij een structureel hogere winst (opnieuw) berekenen of ondernemen via een bv voordeliger wordt.
De startersaftrek geeft startende ondernemers een extra aftrek boven op de zelfstandigenaftrek. Je kunt deze aftrek onder voorwaarden maximaal drie keer in de eerste vijf ondernemersjaren toepassen.
De startersaftrek bedraagt in 2026 nog € 2.123. De startersaftrek wordt verlaagd naar € 10 per 1 januari 2027 en vervalt volledig per 1 januari 2028. Dit geldt ook als je vóór 2027 bent gestart en de aftrek nog niet drie keer hebt toegepast. Er is geen overgangsrecht, waardoor niet-benutte mogelijkheden verloren gaan. Ook de willekeurige afschrijving voor starters vervalt per 1 januari 2028.
De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt per 1 januari 2029 afgeschaft. De huidige maximumbedragen zijn € 12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar en € 4.000 in het derde jaar.
Let op!
Deze regeling geldt als je niet voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur én recht hebt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Maakt je onderneming gebruik van de innovatiebox? Dan kun je vanaf 2027 mogelijk een groter deel van de innovatiewinst eenvoudig tegen een lager belastingtarief laten belasten. Binnen de forfaitaire regeling wordt 25% van de winst aangemerkt als innovatiewinst en belast tegen 9% in plaats van het reguliere vennootschapsbelastingtarief. Het maximale bedrag waarvoor deze regeling geldt, stijgt volgens het voorstel van € 25.000 naar € 100.000. Met deze verruiming maakt het kabinet de innovatiebox aantrekkelijker voor de mkb-ondernemer. De forfaitaire regeling vraagt minder administratie dan een regulier innovatiebox-traject en biedt daardoor sneller toegang tot het fiscale voordeel.
Maakt je onderneming gebruik van de WBSO en beschik je over een S&O-verklaring? Onderzoek dan of de verruimde regeling voordeel oplevert voor je onderneming. Sluit een regulier innovatiebox-traject later beter aan? Dan stap je alsnog over.
Tip!
Breng je innovatieactiviteiten goed in kaart. Zo zie je direct of je onderneming vanaf 2027 gebruikmaakt van de verruimde forfaitaire regeling en welk belastingvoordeel dat oplevert.
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap belast bovenmatige schulden van een aanmerkelijkbelanghouder aan de eigen vennootschap in box 2. Het bovenmatige deel wordt aangemerkt als een fictief regulier voordeel.
Na overlijden kunnen erfgenamen zowel de aandelen als een schuld aan de vennootschap erven. Ook kan binnen 24 maanden na het overlijden een schuld worden aangegaan die leidt tot een fictief regulier voordeel.
Vanaf 1 januari 2027 kan een faciliteit voor een vererfd aanmerkelijk belang niet meer worden toegepast op dit fictieve reguliere voordeel. Deze faciliteit zorgt, onder voorwaarden, voor een onbelaste dividenduitkering binnen 24 maanden na overlijden. De faciliteit is bedoeld voor daadwerkelijke dividenduitkeringen binnen 24 maanden na overlijden, waarmee onder voorwaarden inkomstenbelasting en erfbelasting kunnen worden betaald. De wetgever wil voorkomen dat de faciliteit wordt gebruikt om de heffing over een bovenmatige schuld uit te stellen.
Voor erfgenamen met een bovenmatige schuld kan daardoor eerder box 2-heffing verschuldigd zijn. Een daadwerkelijke dividenduitkering binnen 24 maanden na overlijden kan onder de bestaande voorwaarden nog wel van de faciliteit gebruikmaken.
Tip!
Breng bij estate planning niet alleen het aanmerkelijk belang, maar ook eventuele schulden van de dga aan de eigen bv zorgvuldig in kaart. Zo voorkom je onverwachte fiscale gevolgen voor je erfgenamen.
De BOR in de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting beperken belastingheffing bij overdracht van een reële onderneming. Beleggingsvermogen valt in beginsel buiten de faciliteiten. Tot nu toe geldt voor de doorschuifregeling nog een doelmatigheidsmarge. Daardoor kan beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen toch onder de faciliteit vallen.
De doelmatigheidsmarge in de schenk- en erfbelasting is per 1 januari 2025 al afgeschaft. Voor de doorschuifregeling is de afschaffing al wettelijk geregeld, maar de ingangsdatum staat nog niet vast. De verwachting is dat de maatregel niet eerder dan 1 januari 2028 ingaat.
Bij een bedrijfsopvolging kan het geplande moment van overdracht daardoor invloed hebben op de fiscale uitkomst. Ook de samenstelling van het ondernemingsvermogen speelt een essentiële rol. Het is daarom belangrijk om tijdig vast te stellen welk vermogen kwalificeert als ondernemingsvermogen en welk vermogen als beleggingsvermogen.
Tip!
Heb je plannen voor een bedrijfsopvolging? Beoordeel dan tijdig welk vermogen ondernemingsvermogen is en welk vermogen als beleggingsvermogen kwalificeert.
Een lucratief belang is een vermogensrecht waarmee een relatief hoog rendement kan worden behaald in verhouding tot de investering. Het komt vooral voor bij managementparticipaties. Een lucratief belang wordt in box 1 belast. Houd je een lucratief belang middellijk via een eigen bv? Dan kan dit onder voorwaarden in box 2 worden belast.
Vanaf 1 januari 2028 wordt de heffing over bepaalde managementparticipaties die via een eigen bv worden gehouden, verhoogd. De berekening wordt aangepast met een vermenigvuldigingsfactor, zodat het effectieve tarief hoger uitkomt. De maatregel is al aangenomen bij het Belastingplan 2026 en treedt per 1 januari 2028 in werking.
Houd je een managementparticipatie via een eigen bv waarvoor de lucratiefbelangregeling geldt? Dan kun je vanaf 2028 te maken krijgen met een hogere belastingdruk. Bestaande participatieplannen moeten daarom opnieuw worden doorgerekend op netto-opbrengst, timing en de voorwaarden voor box 2-heffing.
Tip!
Houd je een managementparticipatie via een eigen bv? Laat dan vóór 1 januari 2028 de fiscale gevolgen doorrekenen. Daarbij verdienen de verwachte opbrengst, de timing van een exit en de voorwaarden voor toepassing van box 2 bijzondere aandacht.
Wordt een schuld kwijtgescholden? Dan hoeft het financiële voordeel daarvan onder voorwaarden niet te worden belast. Hiervoor geldt de kwijtscheldingswinstvrijstelling.
Voor de meeste mkb-ondernemingen verandert de kwijtscheldingswinstvrijstelling niet. Wel wordt de regeling vanaf 2027 aangepast voor bepaalde financiële ondernemingen zoals banken en verzekeraars die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank.
De wijziging zorgt ervoor dat een schuldvermindering die De Nederlandsche Bank oplegt bij de afwikkeling van zo’n financiële onderneming voor de vrijstelling hetzelfde wordt behandeld als een schuld die door een schuldeiser wordt kwijtgescholden. De aanpassing geldt voor boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen.
De wijziging zorgt ervoor dat verschillende vormen van schuldvermindering fiscaal op dezelfde manier worden behandeld. De aanpassing geldt voor boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen.
Een bedrijfsfusie of juridische splitsing kan onder voorwaarden fiscaal geruisloos plaatsvinden. De belastingheffing over stille reserves schuift dan door naar een later moment.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt het wettelijke vermoeden dat een fusie of splitsing vooral fiscaal is ingegeven wanneer de verkregen aandelen binnen drie jaar worden verkocht. Verkoop je de aandelen binnen die periode? Dan leidt dat niet langer automatisch tot een verzwaarde bewijspositie. Dit is niet mogelijk als de fusie of splitsing vooral fiscaal gedreven is.
Deze wijziging volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad. De Belastingdienst blijft ook na 2027 beoordelen of een reorganisatie zakelijke redenen heeft, maar de automatische fiscale verdenking bij verkoop binnen drie jaar verdwijnt.
Dat biedt meer zekerheid bij een toekomstige verkoop. Een goede onderbouwing van de zakelijke redenen voor de fusie of splitsing blijft wel belangrijk.
Tip!
Leg vooraf vast welke zakelijke redenen aan de fusie of splitsing ten grondslag liggen.
Behaalt je onderneming opbrengsten uit bosgrond of bosbouwactiviteiten? Dan krijg je vanaf 1 januari 2029 mogelijk te maken met een hogere belastingrekening. De bosbouwvrijstelling verdwijnt namelijk volgens het Belastingplan 2027. Daardoor worden opbrengsten uit bosbouw voortaan belast in de inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Tip!
Wacht niet tot 2029, maar laat nu al inzichtelijk maken wat deze wijziging voor je onderneming betekent. Zo voorkom je verrassingen en kun je tijdig anticiperen op een mogelijke lastenverzwaring.
Verplaatst de werkelijke leiding van een buitenlandse vennootschap naar Nederland? Dan kan voor een in het buitenland wonende aandeelhouder met een belang van 5% of meer een Nederlandse buitenlandse belastingplicht in box 2 ontstaan. Vanaf 1 januari 2027 wordt de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang vastgesteld op de waarde in het economisch verkeer op het moment waarop deze belastingplicht ontstaat. Hierdoor telt in beginsel alleen de waardestijging of waardedaling na de zetelverplaatsing mee voor het Nederlandse box 2-inkomen.
De regeling voorkomt ook dat een latent verlies dat vóór de zetelverplaatsing is ontstaan, naar Nederland wordt geïmporteerd. Een toepasselijk belastingverdrag kan het Nederlandse heffingsrecht overigens beperken.
De hoofdregel geldt niet als de aandeelhouder voor hetzelfde aanmerkelijk belang al eerder buitenlands belastingplichtig is geweest in Nederland. Voor deze situaties worden nadere regels vastgesteld.
Tip!
Laat vóór de zetelverplaatsing de Nederlandse en buitenlandse belastinggevolgen beoordelen. Leg de waarde van de aandelen op het moment van de zetelverplaatsing vast met een goed onderbouwde waardering en controleer of eerder Nederlandse belastingplicht of een conserverende aanslag heeft bestaan.
Het wetsvoorstel fiscale stimulering start-ups en scale-ups introduceert nieuwe regels voor werknemersopties. De belastingheffing verschuift naar het moment waarop de werknemer de aandelen verkoopt. Daarbij is 35% van het voordeel vrijgesteld. De werkgever belast daardoor slechts 65% van het voordeel als loon.
Voor internationale werknemers gelden aparte regels bij immigratie en emigratie. Bij immigratie geldt de waarde in het economisch verkeer op de immigratiedatum als uitoefenprijs. Daardoor valt alleen de Nederlandse waardegroei onder de belastingheffing. Bij emigratie legt de Belastingdienst een conserverende aanslag op, zodat de Nederlandse belastingclaim behouden blijft.
Onder voorwaarden geldt de regeling ook voor opties die op of na 17 april 2025 zijn toegekend en op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken.
Tip!
Controleer bestaande optieplannen voor opties die vanaf 17 april 2025 zijn toegekend. Neem aandelenopties standaard mee in immigratie- en emigratietrajecten van werknemers.
Bij de verkoop van aandelen die een werknemer of oud-werknemer via een aandelenoptierecht heeft verkregen, is extra aandacht nodig. Voorafgaand aan de verkoop moet zowel de inhoudingsplichtige als de koper schriftelijk toestemming geven.
Je blijft als werkgever inhoudingsplichtig voor de loonheffing, ook als de werknemer al uit dienst is of in het buitenland verblijft. Bij internationaal mobiele werknemers kan dit leiden tot complexe administratieve verplichtingen. Daardoor kan de regeling ook jaren na uitdiensttreding nog gevolgen voor je hebben.
Volgens de Belastingdienst brengt deze systematiek een uitvoeringsrisico met zich mee, omdat verkoopinformatie na uitdiensttreding mogelijk moeilijker beschikbaar is.
Tip!
Neem uitgebreide meld-, informatie- en medewerkingsverplichtingen op in optieovereenkomsten, zodat verkoopinformatie ook na uitdiensttreding beschikbaar blijft.
Beleg je via een buitenlandse beleggingsinstelling die Nederlands dividend ontvangt? Dan kan op dat dividend Nederlandse dividendbelasting zijn ingehouden. Deze belasting kan uiteindelijk economisch op je drukken als achterliggende Nederlandse belegger.
Per 1 januari 2027 introduceert het kabinet een teruggaafregeling. Onder voorwaarden krijg je een deel van de Nederlandse dividendbelasting terug die bij de buitenlandse beleggingsinstelling is ingehouden. Daarmee voorkomt het kabinet dat je via een buitenlandse beleggingsinstelling zwaarder wordt belast dan via een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling.
Voor de teruggaaf moet je aannemelijk maken welk deel van de ingehouden Nederlandse dividendbelasting economisch aan je toekomt. Hiervoor heb je informatie nodig van de buitenlandse beleggingsinstelling en mogelijk ook van andere partijen in de beleggingsketen. Daardoor kan de regeling leiden tot een aanzienlijke bewijs- en administratielast. In de consultatie is daarom aandacht gevraagd voor de praktische uitvoerbaarheid.
Tip!
Beleg je via een buitenlandse beleggingsinstelling? Bewaar dan fondsrapportages, dividendoverzichten en andere documentatie. Uit deze stukken moet blijken hoeveel Nederlands dividend het fonds heeft ontvangen, hoeveel Nederlandse dividendbelasting daarop is ingehouden en welk deel daarvan economisch aan je kan worden toegerekend.
Internationaal opererende ondernemingen schermen valutarisico’s op buitenlandse deelnemingen regelmatig af met leningen of valutatermijncontracten. Vanaf boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2027 verandert de fiscale behandeling van deze afdekkingsinstrumenten. De deelnemingsvrijstelling geldt voortaan alleen voor het niet‑ingeprijsde valutaresultaat. Het ingeprijsde valutaresultaat blijft belast.
Daarnaast gelden nieuwe regels voor sfeerovergangen, waardering tegen waarde in het economisch verkeer en verzoeken om toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Voor bestaande instrumenten geldt overgangsrecht. Daarbij vormt 15 september 2026 een belangrijke peildatum.
Tip!
Inventariseer vóór 31 december 2026 alle bestaande valutahedges, documenteer de marktwaarden en beoordeel op tijd of je een verzoek of beschikking nodig hebt.
Een houdstercoöperatie houdt mogelijk dividendbelasting in over uitkeringen aan haar leden. Daarbij telt niet alleen het belang van één lid mee. Ook de belangen van leden die gezamenlijk optreden, tellen mee.
De Fiscale verzamelwet 2027 verduidelijkt wanneer leden samen een groep vormen. Daarvoor is niet vereist dat alle leden afzonderlijk met elkaar verbonden zijn. Feitelijke samenwerking tussen leden kan al voldoende zijn om hun belangen gezamenlijk te beoordelen.
Grote internationale concerns betalen mogelijk aanvullende belasting als een land hun winst te laag belast. Zo betalen deze concerns wereldwijd minimaal een bepaald bedrag aan belasting.
De Nederlandse vennootschapsbelasting houdt hier nog niet in alle situaties rekening mee. Daardoor kan dezelfde winst dubbel worden belast. De Fiscale verzamelwet 2027 regelt dat aanvullende belasting die in een ander land is betaald, meetelt bij twee Nederlandse regelingen. Dit voorkomt dubbele belasting. Het gaat om de verrekening bij bepaalde buitenlandse deelnemingen en buitenlandse ondernemingswinsten.
Pijler 2 regelt een wereldwijde minimumbelasting voor internationale groepen met een omzet van ten minste € 750 miljoen. Vanaf 2027 neemt Nederland internationale veiligehavenregels op in de Wet minimumbelasting 2024. Deze regels vereenvoudigen de berekening en helpen dubbele heffing voorkomen. Voor het reguliere mkb heeft deze maatregel doorgaans geen gevolgen. Maakt je onderneming deel uit van een groep met een omzet van ten minste € 750 miljoen? Beoordeel dan welke veiligehavenregel voor jouw situatie geldt.
Maak je weleens gebruik van de aftrek voor specifieke zorgkosten? Op dit moment zijn bepaalde niet-vergoede zorgkosten aftrekbaar zodra ze boven een inkomensafhankelijke drempel uitkomen, al telt niet elke zorguitgave daarvoor mee. Die aftrek verdwijnt vanaf 1 januari 2028, en daarmee ook de bijbehorende tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ-regeling). Het wetsvoorstel bevat geen overgangsrecht.
Ontvang je na 1 januari 2028 een teruggave of nagekomen betaling voor zorgkosten die je vóór die datum hebt afgetrokken? Dan leidt dit niet meer tot een negatieve persoonsgebonden aftrek.
Heb je structureel hoge zorgkosten die je niet vergoed krijgt? Dan kun je vanaf 2028 een belastingvoordeel verliezen. Ook kan je verzamelinkomen stijgen doordat de aftrek vervalt. Dit kan gevolgen hebben voor toeslagen en inkomensafhankelijke eigen bijdragen. Hoe groot het effect is, verschilt per huishouden. Dit hangt onder meer af van de inkomensafhankelijke drempel en de zorgkosten die je nu mag aftrekken.
Tip!
Heb je jaarlijks (hoge) zorgkosten? Breng je terugkerende aftrekbare zorgkosten tijdig in kaart. Zo krijg je inzicht in het belastingvoordeel dat vanaf 2028 mogelijk vervalt.
De algemene heffingskorting verlaagt je inkomstenbelasting. De hoogte is afhankelijk van je inkomen. Heb je een minstverdienende partner? Dan is de uitbetaling van deze korting op dit moment sterk beperkt.
Vanaf 1 januari 2028 kan dit veranderen. Een deel van de algemene heffingskorting kan dan mogelijk weer worden uitbetaald aan bepaalde minstverdienende partners. Dit geldt voor partners die op of na 1 januari 1963 zijn geboren. De precieze voorwaarden en invoeringsdatum moeten nog worden bepaald.
Heb je samen met je partner voornamelijk één inkomen? Dan kan deze gedeeltelijke uitbetaling je netto-inkomen verbeteren. Hoeveel dit oplevert, hangt af van je inkomen en dat van je partner. Ook de definitieve voorwaarden spelen hierin mee.
De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) ondersteunt werkende ouders met jonge kinderen. De hoogte hangt af van je arbeidsinkomen en je gezinssituatie. Door eerder vastgelegde wetgeving wordt deze korting afgebouwd. Heb je een kind dat op of na 1 januari 2025 is geboren? Dan is de IACK niet meer van toepassing.
Is je kind vóór die datum geboren? Dan daalt het maximale bedrag van € 3.032 in 2026 naar € 2.918 in 2027. De wettelijke inflatiecorrectie wordt in 2027 bovendien slechts gedeeltelijk toegepast. De gevolgen hangen onder meer af van je arbeidsinkomen, het geboortejaar van je kind en je gezinssituatie.
Beleg je in erkende groene fondsen? Dan heb je nu een vrijstelling in box 3. Ook heb je recht op een heffingskorting. Beide voordelen worden afgebouwd.
De vrijstelling wordt per 1 januari 2027 fors verlaagd. Per 1 januari 2028 vervalt de vrijstelling volledig. De heffingskorting verdwijnt eveneens per 1 januari 2028. Hierdoor neemt het fiscale voordeel van groene beleggingen in 2027 sterk af. Vanaf 2028 is dit voordeel volledig verdwenen.
Tip!
Beoordeel je groene beleggingen en financieringsmogelijkheden tijdig opnieuw. Vanaf 2028 zijn rendement, risico, looptijd en duurzaamheid bepalend, omdat het belastingvoordeel dan volledig is verdwenen. Houd er rekening mee dat de belangstelling van beleggers voor groene fondsen hierdoor kan afnemen.
Box 3 belast je privévermogen zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. Het huidige stelsel werkt grotendeels met forfaitaire rendementen. Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement? Dan kun je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling.
De behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is voorlopig stilgezet. Hierdoor is onzeker of het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2028 ingaat. Het kabinet onderzoekt onder meer of een vermogenswinstbelasting een beter alternatief is dan een vermogensaanwasbelasting. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas belasting over de waardestijging bij bijvoorbeeld verkoop. Bij een vermogensaanwasbelasting telt ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks mee.
Zolang deze onzekerheid blijft bestaan, geldt het huidige stelsel. De forfaitaire berekening en de tegenbewijsregeling zijn dan leidend. Een goede administratie van inkomsten, kosten en waardeveranderingen blijft daarom belangrijk.
Tip!
Zorg voor een complete administratie van je box 3-vermogen. Leg per vermogensbestanddeel de ontvangen rente, het ontvangen dividend, de huurinkomsten, gemaakte kosten en waardeveranderingen vast. Daarmee kun je je werkelijke rendement onderbouwen als dit in de toekomst relevant blijkt voor de belastingheffing.
Voor de schenk- en erfbelasting gelden vaste rekenregels voor rente en levensverwachting. Deze forfaits bepalen onder meer de fiscale waarde van vruchtgebruik en periodieke uitkeringen.
Deze rekenregels worden gemoderniseerd. Daardoor kan de fiscale waarde van bijvoorbeeld vruchtgebruik en periodieke uitkeringen veranderen. Een wetsvoorstel volgt naar verwachting in 2027.
Nieuwe forfaits kunnen daardoor invloed hebben op de schenk- en erfbelasting bij vermogensoverdrachten binnen families.
De Belastingdienst krijgt voor 2027 een tijdelijke uitzondering op de informatie die in notificaties bij bepaalde digitale berichten over de inkomstenbelasting moet staan. Het gaat om informatie over de aard van het bericht, de rechtsgevolgen en de termijn waarbinnen je actie moet ondernemen.
De uitzondering geldt voor de uitnodiging tot aangifte, de voorlopige aanslag en de aanslag inkomstenbelasting buiten de winstsfeer. Deze uitzondering vervalt per 1 januari 2028.
Voor bepaalde berichten aan de Dienst Toeslagen kan de elektronische weg tijdelijk worden uitgezonderd. Deze mogelijkheid vervalt per 1 januari 2030. De bestaande communicatiekanalen blijven beschikbaar.
Tip!
Open en controleer altijd het volledige digitale bericht. Houd daarnaast zelf je aangifte-, betaal- en bezwaartermijnen bij.
Het kabinet past de eigenwoningregeling aan voor woningen die onder een betaalbarekoopregeling vallen. Bij deze regelingen gelden voorwaarden voor de verkoopprijs en de periode waarin de woning betaalbaar moet blijven. Daardoor komt de waardeverandering van de woning niet altijd voor minimaal 50% toe aan de koper. In dat geval voldoet de woning mogelijk niet aan de gebruikelijke voorwaarden voor een eigen woning, waardoor de hypotheekrenteaftrek in gevaar zou komen.
Met de voorgestelde Overige fiscale maatregelen 2027 kan een woning die onder een betaalbarekoopregeling valt, toch als eigen woning worden aangemerkt. Dit geldt voor de eerste koper én voor een volgende koper die de woning koopt zolang de verkoopvoorwaarden gelden. Koop je zo’n woning? Dan behoud je onder voorwaarden recht op de fiscale voordelen van de eigenwoningregeling, waaronder de hypotheekrenteaftrek.
De maatregel voorkomt dat woningen die bedoeld zijn om betaalbaar te blijven, onbedoeld buiten het eigenwoningregime vallen. Daarmee krijgen huidige en toekomstige kopers binnen deze regelingen meer fiscale zekerheid.
Tip!
Koop of verkoop je een woning onder een betaalbarekoopregeling? Controleer dan op tijd of je aan de voorwaarden van de regeling voldoet. Leg ook de verkoopbeperkingen en waarderingsafspraken goed vast. Zo voorkom je discussies over de toepassing van de eigenwoningregeling en de hypotheekrenteaftrek.
Voor woningen die je niet als hoofdverblijf gebruikt, geldt een apart tarief voor de overdrachtsbelasting. Dit tarief geldt onder meer voor verhuurde woningen, tweede woningen en vakantiewoningen die voor de overdrachtsbelasting als woning kwalificeren.
Per 1 januari 2027 daalt het overdrachtsbelastingtarief voor deze woningen van 8 naar 7%. Het algemene tarief voor bedrijfspanden blijft ongewijzigd. Ook het tarief van 2% voor woningen die je duurzaam als hoofdverblijf gaat gebruiken en de startersvrijstelling veranderen niet.
Koop je vanaf 1 januari 2027 een woning van € 500.000 die je niet zelf als hoofdverblijf gebruikt? Dan betaal je door de tariefsverlaging € 5.000 minder overdrachtsbelasting. De maatregel geldt niet voor bedrijfspanden en andere niet-woningen. Bij gemengde objecten, transformaties en projectontwikkelingen bepaalt de kwalificatie van het object welk tarief van toepassing is. Daarbij zijn de aard, inrichting en staat van het object op het moment van verkrijging van belang.
Tip!
Laat vóór ondertekening van de koopovereenkomst beoordelen of het object voor de overdrachtsbelasting als woning kwalificeert en welk tarief van toepassing is. Onderzoek daarnaast of levering bij de notaris op of na 1 januari 2027 fiscaal voordeel oplevert en juridisch en commercieel haalbaar is.
Woningcorporaties betalen bij de overdracht van sociale huurwoningen soms overdrachtsbelasting. Het kabinet wil deze fiscale belemmering wegnemen, zodat woningcorporaties eenvoudiger woningen aan elkaar kunnen overdragen.
Vanaf 1 januari 2027 geldt daarom een vrijstelling voor bepaalde overdrachten van sociale huurwoningen tussen woningcorporaties. Deze vrijstelling geldt alleen voor onroerende zaken die direct vóór de overdracht werden gebruikt voor specifieke diensten van algemeen economisch belang, zoals sociale huurwoningen. Commercieel vastgoed en reguliere vastgoedondernemers vallen niet onder de regeling.
De vrijstelling verlaagt de kosten van overdrachten binnen de sociale huisvesting.
Het kabinet wil woningcorporaties meer financiële ruimte geven om te investeren in de volkshuisvesting. Daarom komt er een uitzondering op de earningsstrippingmaatregel. Het kabinet neemt deze uitzondering via een nota van wijziging op in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
Door deze uitzondering is meer rente aftrekbaar. Daardoor neemt de investeringscapaciteit van woningcorporaties toe en ontstaat meer ruimte voor financiering via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). De maatregel ondersteunt woningcorporaties bij de uitvoering van de Nationale Prestatieafspraken en de voorbereiding van nieuwe projecten.
Bij de youngtimerregeling wordt de bijtelling berekend over de waarde in het economisch verkeer in plaats van over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Het Belastingplan 2027 stelt voor om de leeftijdsgrens van de regeling stapsgewijs te verhogen. Per 1 januari 2027 stijgt deze van 16 naar 17 jaar. Vanaf 1 januari 2028 geldt een leeftijdsgrens van 20 jaar. Daarmee vervalt het eerdere plan om de leeftijdsgrens per 2027 direct te verhogen naar 25 jaar; de leeftijdsgrens vanaf 2028 blijft 20 jaar.
Voor bepaalde auto’s geldt overgangsrecht. Stond een auto uiterlijk op 31 december 2025 ter beschikking en bereikt deze in 2027 de leeftijd van 17 jaar? Dan mag je de youngtimerregeling heel 2027 blijven toepassen. Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling alleen nog voor auto’s ouder dan 20 jaar.
Tip!
Overweeg je een oudere auto? Vergelijk dan vooraf de aanschafprijs, onderhoudskosten en bijtelling. Controleer ook of het overgangsrecht van toepassing is.
De tijdelijke accijnskorting voor benzine blijft gedurende 2027 gelden. Hierdoor blijven de brandstofkosten lager dan zonder deze maatregel.
Het kabinet heeft daarnaast aangekondigd de accijnskorting voor benzine en diesel geleidelijker af te bouwen. Daardoor stijgen de tarieven in 2028 minder sterk dan eerder voorzien. Hoeveel je uiteindelijk bespaart, hangt af van het brandstofverbruik en de mate waarin de korting terugkomt in de pompprijs.
Tip!
Houd bij je begroting rekening met een toekomstige afbouw van de accijnskorting. Door de aangekondigde geleidelijkere afbouw stijgen je brandstofkosten in 2028 mogelijk minder sterk dan eerder verwacht.
Gebruik je een bestelauto voor meer dan 10% zakelijk binnen je onderneming (bijkomstig gebruik)? Dan geldt onder voorwaarden een apart ondernemerstarief voor de mrb.
Van 1 juli tot en met 31 december 2026 is dit tarief via een besluit al tijdelijk 50% verlaagd. Dit wordt nu wettelijk vastgelegd. In principe hoef je hiervoor geen aparte aanvraag te doen. Je bestelauto moet wel bij de Belastingdienst als ondernemersbestelauto geregistreerd staan en aan de bestaande voorwaarden voldoen.
Vanaf 1 januari 2027 geldt weer het reguliere tarief.
Voor vrachtauto’s betaal je mrb. Van 1 juli tot en met 31 december 2026 geldt tijdelijk een nultarief. Vanaf 1 januari 2027 geldt weer het reguliere tarief. Dit was al in een besluit opgenomen en wordt nu ook wettelijk vastgelegd.
Vooral transportondernemingen en andere bedrijven met vrachtauto’s profiteren in de tweede helft van 2026 van deze tijdelijke verlaging.
Tip!
Houd bij je begroting voor 2027 rekening met de terugkeer naar het reguliere mrb-tarief voor vrachtauto’s.
Voor de mrb bepaalt het toegestane maximumgewicht nu of een voertuig als bestelauto of vrachtauto geldt. Een voertuig met een toegestaan maximumgewicht van maximaal 3.500 kilogram geldt als bestelauto. Boven dit gewicht is sprake van een vrachtauto.
De Fiscale verzamelwet 2027 sluit voor deze fiscale kwalificatie aan bij de Europese voertuigcategorieën. Een bestelauto valt dan voortaan in de categorie N1. Voor een vrachtauto geldt categorie N2 of N3.
Hierdoor verandert de fiscale kwalificatie niet meer als het toegestane maximumgewicht wordt verlaagd naar 3.500 kilogram of minder. Zo voorkomt de nieuwe regeling dat een voertuig door een administratieve aanpassing van het gewicht voor de motorrijtuigenbelasting als bestelauto geldt, terwijl het voor de vrachtwagenheffing een vrachtauto blijft.
De nieuwe definities gelden vanaf 1 januari 2027. Vanaf dat moment bepaalt de voertuigclassificatie in het kentekenregister of er sprake is van een bestelauto of vrachtauto.
Tip!
Controleer vóór aanschaf of ombouw welke Europese voertuigcategorie op het kenteken staat.
Vanaf 1 januari 2027 wordt de oldtimervrijstelling in de mrb structureel gekoppeld aan een datum van eerste toelating vóór 1 januari 1988. Heeft je motorrijtuig een datum van eerste toelating vóór die datum? Dan kan het vanaf 2027 blijvend voor de vrijstelling in aanmerking komen als het ook aan de overige voorwaarden voldoet.
Deze aanpassing stond oorspronkelijk gepland voor 1 januari 2028, maar wordt een jaar vervroegd. Eigenaren van deze voertuigen betalen daardoor vanaf 2027 geen mrb meer.
Vliegbelasting wordt geheven per vertrekkende passagier. Vanaf 1 januari 2027 hangt het tarief af van de afstand tot de eindbestemming van de vliegreis. Er gelden drie afstandscategorieën: een laag tarief van € 31,04, een middentarief van € 49,87 en een hoog tarief van € 59,43 per passagier (prijspeil 2027). Langere vluchten worden daarmee zwaarder belast dan kortere vluchten.
Het Belastingplan 2027 verlaagt het eerder vastgestelde hoge tarief voor langeafstandsvluchten van € 74,81 naar € 59,43. Het kabinet wil het tarief daarmee beter laten aansluiten op het Duitse niveau en de concurrentiepositie van Nederlandse luchthavens ondersteunen.
Van 1 september tot en met 31 december 2026 is via een besluit de vrachtwagenheffing al tijdelijk met 22,3% verlaagd. Dit wordt nu ook wettelijk vastgelegd. De verlaging geldt voor alle onderdelen van de heffing en voor alle categorieën vrachtwagens die onder de vrachtwagenheffing vallen.
Met deze maatregel wil het kabinet vervoerders tijdelijk tegemoetkomen vanwege de sterk gestegen brandstofkosten als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten.
Tip!
Houd in je begroting en tariefafspraken rekening met de tijdelijke aard van deze verlaging. Vanaf 1 januari 2027 betaal je weer de reguliere vrachtwagenheffing.
Vanaf 1 juli 2026 gaat de mrb uit van de massa rijklaar van een voertuig in plaats van de eigen massa. De massa rijklaar ligt 100 kilogram hoger dan de eigen massa. Om te voorkomen dat alleen deze wijziging gevolgen heeft voor de verschuldigde belasting, zijn ook de grenzen van de gewichtsklassen met 100 kilogram verhoogd.
Deze aanpassing was nog niet verwerkt in de kortingsregeling voor personenauto’s met een LPG-G3-installatie. De Fiscale verzamelwet 2027 corrigeert dit met terugwerkende kracht tot 1 juli 2026. Het gaat om een technische wijziging die niet tot een andere hoogte van de korting mag leiden.
Voor kampeerwagens geldt onder voorwaarden een lager tarief in de mrb. Sommige oudere bestelauto’s en vrachtauto’s die zijn ingericht als camper, staan in het kentekenregister niet geregistreerd als personenauto. Ze kunnen wel de aanduiding voor speciale doeleinden categorie SA hebben.
De nota van wijziging bij de Fiscale verzamelwet 2027 verduidelijkt dat het halftarief ook geldt voor een motorrijtuig met deze SA-aanduiding. Zo voorkomt de regeling dat bepaalde oudere campers door de gewijzigde voertuigdefinities onbedoeld onder het reguliere tarief vallen.
Bio- en hernieuwbare brandstoffen bevatten per liter vaak minder energie. De accijnsteruggaaf compenseert deze lagere energie-inhoud. Vanaf 1 januari 2027 vervalt deze accijnsteruggaaf, omdat de overheid de regeling gevoelig vindt voor uitvoeringsproblemen en fraude.
Door het vervallen van de accijnsteruggaaf kunnen de nettokosten van deze brandstoffen stijgen. Ben je leverancier of grootverbruiker? Beoordeel dan of je prijs- en leveringscontracten aanpassing nodig hebben.
Tip!
Controleer of prijs- en leveringscontracten ruimte bieden om hogere nettokosten door te berekenen.
Glastuinbouwbedrijven betalen CO2-heffing over hun uitstoot. Bij samenwerkingsverbanden, zoals een vof of maatschap, was niet altijd duidelijk wie belastingplichtig is.
Vanaf 1 januari 2027 legt de wet expliciet vast dat het samenwerkingsverband zelf belastingplichtig is voor de CO2-heffing glastuinbouw. Deze verduidelijking werkt terug tot en met 1 januari 2025. De maatregel heeft geen invloed op de hoogte van de verschuldigde heffing, maar verduidelijkt wie als belastingplichtige wordt aangemerkt. Daarmee sluit de wet aan bij de bestaande uitvoeringspraktijk van de Belastingdienst.
Tip!
Controleer of je administratie, aangiften en interne verantwoordelijkheden aansluiten bij de belastingplicht van het samenwerkingsverband zelf. Zo voorkom je onduidelijkheid bij toekomstige aangiften en controles.
De Wet belastingen op milieugrondslag bevat een onjuiste verwijzing. Daardoor sluit de definitie van een distributienet voor aardgas niet meer aan op het juiste wetsartikel.
Met de Fiscale verzamelwet 2027 wordt deze fout met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 hersteld. Daarmee verduidelijkt de wet dat de definitie van een distributienet voor aardgas niet geldt voor waterstof. De inhoud van de regeling wijzigt niet.
Afvalverbrandingsinstallaties betalen afvalstoffenbelasting en vallen daarnaast onder de CO2-heffing industrie. Het Belastingplan 2026 bevatte een forse lastenverzwaring om afvalverbranding verder te ontmoedigen. Het kabinet heeft deze plannen opnieuw beoordeeld en stelt een gematigder tariefpad voor.
De verhoging van de afvalstoffenbelasting wordt deels teruggedraaid. Het tarief blijft in 2027 € 40,85 per ton en stijgt vervolgens, vóór jaarlijkse indexatie, naar € 64 per ton in 2028, € 71 per ton in 2029 en naar € 81 per ton vanaf 2030. Onder het Belastingplan 2026 zou het tarief uiteindelijk structureel uitkomen op € 117,10 per ton (prijspeil 2026).
Ook de aanscherping van de CO2-heffing industrie voor afvalverbrandingsinstallaties gaat geleidelijker. Het tarief stijgt van € 126 per ton CO2 in 2027 naar € 304 per ton CO2 in 2035 (prijspeil 2026). Onder het Belastingplan 2026 zou dit tarief al in 2030 zijn bereikt. Ook de afbouw van dispensatierechten verloopt langzamer en loopt door tot 2035.
Met deze aanpassing wil het kabinet de risico’s op afvalexport en investeringsonzekerheid in de afvalsector beperken. Tegelijk blijft een financiële prikkel bestaan om minder afval te verbranden en verder te verduurzamen.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt het heffingsplafond van 50.000 m³ voor de belasting op leidingwater. Daarnaast stijgt het tarief met € 0,10 per m³. Je betaalt dan belasting over het volledige verbruik van leidingwater van drinkwaterkwaliteit per aansluiting. Voor huishoudens betekent dit gemiddeld een lastenstijging van circa € 15 per jaar. Voor je onderneming hangt het effect af van het waterverbruik per aansluiting. Bij een verbruik van 100.000 m³ betaal je vanaf 2027 belasting over het volledige volume in plaats van over 50.000 m³. Vooral waterintensieve ondernemingen kunnen hierdoor te maken krijgen met hogere kosten.
Tip!
Breng het drinkwaterverbruik per aansluiting in kaart. Onderzoek welke processen daadwerkelijk water van drinkwaterkwaliteit vereisen.
In Nederland geldt momenteel een tijdelijke korting op de brandstofaccijns. In aansluiting daarop wordt de brandstofaccijns in Caribisch Nederland in 2027 ook tijdelijk verlaagd.
De maatregel geldt uitsluitend in Caribisch Nederland. Voor ondernemingen zonder activiteiten op Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft zij geen praktisch gevolg.
Vanaf 1 januari 2028 stijgt het btw-tarief voor bloemen, planten, bloembollen en andere sierteeltproducten van 9 naar 21%.
De tariefstijging werkt door in consumentenprijzen en marges. Kwekers, bloemisten en tuincentra moeten kassasystemen, offertes en contracten tijdig aanpassen. Let daarbij bij vooruitbetalingen goed op het moment waarop de levering plaatsvindt.
Luchtballonvaarten vallen momenteel onder het verlaagde btw-tarief van 9% dat geldt voor personenvervoer.
Vanaf 1 januari 2028 vervalt het verlaagde btw-tarief voor luchtballonvaarten en wordt het algemene btw-tarief van 21% van toepassing op deze diensten.
De tariefstijging kan leiden tot hogere prijzen voor klanten en gevolgen hebben voor de marges van aanbieders van ballonvaarten.
Tip!
Controleer tijdig de gevolgen voor de prijsstelling en lopende boekingen. Pas offertes, overeenkomsten en administratieve systemen aan op het nieuwe btw-tarief van 21% per 1 januari 2028.
Voor de levering, verhuur, bevrachting, reparatie en het onderhoud van oorlogsschepen kan het btw-nultarief gelden. Het kabinet verduidelijkt de omschrijving van deze werkzaamheden in de wet.
De aanpassing wijzigt het nultarief inhoudelijk niet. Het doel is om duidelijker vast te leggen wanneer het nultarief van toepassing is. Voor ondernemers die het nultarief al correct toepassen, verandert er niets.
Als ondernemer kun je accijnsgoederen ontvangen en deze direct opslaan in een goedgekeurde opslagplaats voor accijnsgoederen. Volgens de huidige regels kun je op het moment van ontvangst eerst accijns verschuldigd zijn, terwijl je die accijns na de directe opslag weer kunt terugvragen.
De Fiscale verzamelwet 2027 maakt een einde aan deze onnodige tussenstap. Als je de ontvangen goederen direct in de goedgekeurde opslagplaats inslaat, hoef je niet eerst accijns aan te geven en te betalen. Dit vermindert de administratieve lasten en voorkomt een tijdelijk financieel nadeel.
Voor enkele situaties binnen de accijnswetgeving verandert de termijn voor het doen van aangifte en het betalen van accijns. Hierdoor sluit de termijn beter aan op de gebruikelijke verwerking van aangiften.
Tip!
Controleer tijdig of de gewijzigde termijn gevolgen heeft voor je interne deadlines en betaalprocessen en pas deze waar nodig aan.
Als ondernemer met een goedgekeurde opslagplaats voor accijnsgoederen kun je momenteel tabaksproducten onder voorwaarden tijdelijk naar een andere locatie brengen om deze daar te laten bewerken of verpakken. Dat vervoer leidt niet direct tot betaling van accijns.
Deze mogelijkheid gaat ook gelden voor bier, wijn, tussenproducten en andere alcoholhoudende producten. Je kunt deze producten daardoor onder voorwaarden buiten je eigen opslagplaats laten bewerken of verpakken zonder dat je direct accijns hoeft te betalen.
Tip!
Controleer of je vergunningen en vervoersadministratie aansluiten op deze uitgebreidere mogelijkheid.
Disclaimer
Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Deze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.
Recente nieuwsberichten
Volg ons op social media