[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[]
[Web Creator] [LMSOFT]
Veranderingen in de Loonbelasting in 2012

Let op: Het onderstaande is gebaseerd op de Wetsvoorstellen en amendementen inzake het belastingplan 2012. Dit betreffen voorstellen welke reeds zijn aangenomen door de Tweede Kamer. Echter, de Eerste Kamer dient het belastingplan nog te beoordelen en goed te keuren. Onderstaande voorstellen kunnen derhalve nog wijzigen.

30%-regeling
Een belangrijke wijziging in de Wet op de loonbelasting 1964 is die van de 30%-regeling. Deze regeling zal op een aantal punten worden aangepast.

Specifieke deskundigheid
Een van de voorwaarden om voor deze regeling in aanmerking te komen is dat een “ingekomen werknemer” moet beschikken over een specifieke deskundigheid. Deze voorwaarde zal gewijzigd worden in een salarisnorm. De werknemer zal geacht worden te beschikken over een specifieke deskundigheid als het salaris op of boven deze norm ligt. De norm is gelijk aan het inkomenscriterium uit de kennismigrantenregeling voor werknemers van 30 jaar of ouder. Voor 2011 is de norm
€ 50.619. Deze norm wordt jaarlijks geïndexeerd.

Kortingsregeling
Deze regeling houdt in dat de looptijd van de 30%-regeling met eerdere perioden van verblijf of tewerkstelling in Nederland wordt  verkort.  Deze kortingsperiode wordt verruimd en gaat van 10 naar 25 jaar. Dit houdt in dat elke eerdere periode van verblijf of tewerkstelling in Nederland in die 25 jaar in mindering komt op de looptijd van (maximaal) 10 jaar.

Ingekomen werknemer
Het begrip “ingekomen werknemer” wordt aangescherpt. Werknemers die woonachtig zijn in het buitenland in een gebied dat aansluit op de grens van Nederland worden voortaan uitgesloten van de 30%-regeling. Als “ingekomen werknemer” wordt voortaan niet meer aangemerkt degene die voor tewerkstelling in Nederland op een afstand (straal) van minder van 150 kilometer van de Nederlandse grenzen woonachtig was.

Promovendi
Voor jonge buitenlanders tot 30 jaar, die in Nederland promoveren en die voorafgaand aan die periode van promoveren in het buitenland verbleven, wordt bepaald dat die periode van promoveren bij de toets of een werknemer “uit het buitenland is aangeworven” buiten beschouwing blijft. Hierdoor kan een buitenlandse promovendus die de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt en die na zijn promotie in Nederland wordt tewerkgesteld, als “ingekomen werknemer” kwalificeren.

De Geefwet
Vanaf 1 januari 2012 is de vrijwilligersregeling van toepassing op alle algemeen nut beogende instellingen. Deze regeling geldt ook als de instelling vennootschapsbelastingplichtig is. Wordt er aan een vrijwilliger niet meer dan € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar als beloning gegeven dan is deze niet in dienstbetrekking bij de algemeen nut beogende instelling. 

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
Met deze regeling krijgt de inhoudingsplichtige een korting op de af te dragen loonheffingen. Het gaat dan om inhoudingsplichtigen die speur- en ontwikkelingwerk verrichten. Om hiervoor in aanmerking te komen dient de betreffende inhoudingsplichtige wel te beschikken over een S&O-verklaring. De hoogte van de afdrachtvermindering zal in 2012 eenmalig worden verhoogd naar maximaal € 14.000.000 per inhoudingsplichtige (2011: € 8.500.000).

De Wet uitwerking autobrief
Per 1 juli 2012 zal het fiscale stimuleringsbeleid van energiezuinige auto’s worden aangescherpt. Een energie zuinige auto van de zaak leidt nu al snel tot een lagere bijtelling. Het kabinet wil deze maatregel aanscherpen om zo alleen de echt zuinige auto’s onder de regeling te laten vallen. De bijtelling van de auto van de zaak zal aansluiten bij de verscherping van de schijven in de Wet op belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De CO2-uitstootgrens zal elk jaar een stuk later liggen dan het jaar daarvoor. Op basis van deze grens word de hoogte van de (verlaagde) bijtelling vastgesteld. In tegenstelling tot eerdere berichten zal voor super schone auto’s vanaf 1 januari 2012 een bijtellingpercentage van 7%  gaan gelden in plaats van een nihil bijtelling.

De werknemer aan wie een bestelauto ter beschikking is gesteld als bedoeld in de wet BPM kan vanaf 2012 een “Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto” aanvragen bij de belastingdienst. De werknemer mag de bestelauto dan niet voor privé doeleinden gebruiken, enkel voor zakelijke doeleinden. De inhoudingsplichtige vraagt deze verklaring op verzoek van de werknemer aan bij de Inspecteur van de belastingdienst. De Inspecteur zal vervolgens incidenteel gaan controleren of een specifieke rit zakelijk is geweest of toch privé. Voor de controles zal onder andere gebruik worden gemaakt van het systeem van automatische nummerplaat herkenning.
 
Verhoging van de premiegrens inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet
De maximale inkomensgrens voor de inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet gaat in 2012 naar € 50.065. In 2011 was de inkomensgrens € 33.427. Het percentage voor de inkomensafhankelijke premie daalt echter van 7,75 % in 2011 naar 7,10 % in 2012. 

Uitbreiding van de reikwijdte van de afdrachtvermindering onderwijs
Bepaalde varianten van de afdrachtvermindering onderwijs zullen vanaf 2012 ook worden toegekend aan inhoudingsplichtigen die een persoon in dienst nemen die elders in de EU of EER een opleiding volgt. Het moet dan wel gaan om een opleiding die vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding die kwalificeert voor afdrachtvermindering onderwijs.
 
Uw (persoonlijke) situatie
Als u de bovenstaande wijzigingen leest, heeft u wellicht al een idee of dit invloed op uw situatie heeft. Misschien verandert er voor u helemaal niets. Anderzijds kunnen de bovenstaande wijzigingen in de wetgeving ook grote effecten hebben op uw huidige (financiële) beleid.

Bij twijfel wat een en ander voor uw situatie betekent, kan het verstandig zijn uw persoonlijke situatie te laten bekijken door een belastingadviseur. Deze kan samen met u opzoek gaan naar de beste oplossing voor uw persoonlijke situatie. De adviseurs van Becx Lieuw van der Meijs zijn meer dan bereidt u hierbij te helpen. Wij nodigen u uit om vrijblijvend contact met ons opnemen.

Veranderingen in de Vennootschapsbelasting in 2012

Let op: Het onderstaande is gebaseerd op de Wetsvoorstellen en amendementen inzake het belastingplan 2012. Dit betreffen voorstellen welke reeds zijn aangenomen door de Tweede Kamer. Echter, de Eerste Kamer dient het belastingplan nog te beoordelen en goed te keuren. Onderstaande voorstellen kunnen derhalve nog wijzigen.

Beperking renteaftrek
In het belastingplan 2012 zijn een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Een van die veranderingen is een beperking op de renteaftrek voor overnameholdings. Het doel van deze regeling is de renteaftrek te beperken van overgenomen Nederlandse ondernemingen door in het buitenland gevestigde ondernemingen. Het gaat om buitenlandse ondernemingen die middels een constructie de winst van de overgenomen onderneming uit de Nederlandse heffingsgrondslag onttrekken.  Deze renteaftrekbeperking zal alleen van toepassing zijn op overnames op of na 1 januari 2012. Alleen de renteaftrek boven             € 1.000.000 zal worden beperkt. Bij een gezonde financiering zal de renteaftrekbeperking niet gelden.

Objectvrijstelling buitenlandse vaste inrichting
Naast de renteaftrekbeperking  komt er een objectvrijstelling voor de vaste inrichting. Bij een objectvrijstelling wordt de winst, zowel positief als negatief, van de vaste inrichting volledig uit de (wereld)winst van de belastingplichtige geëlimineerd. De objectvrijstelling voor de buitenlandse vaste inrichting heeft als doel de fiscale behandeling van de vaste inrichting meer gelijk te trekken met de behandeling van deelnemingen. Ook wordt een anti-misbruikbepaling ingevoerd om constructies via laagbelastende landen tegen te gaan.

Buitenlandse belastingplicht verenigingen en stichtingen
De buitenlandse belastingplicht voor stichtingen en verenigingen verandert. Het gaat hier om buitenlandse lichamen die vergelijkbaar zijn met naar Nederlands recht opgerichte verenigingen, stichtingen  of kerkgenootschappen. Voorheen waren zij vennootschapsbelastingplichtig voor zover zij inkomen genoten. Met de nieuwe regeling zijn zij pas vennootschapsbelastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven. Dit komt overeen met de regeling die geldt voor in Nederland gevestigde stichtingen en verenigingen.

Buitenlandse aanmerkelijk-belangregeling
De regeling voor buitenlandse aanmerkelijk belanghouders wordt aangepast. Deze nieuwe regeling is van toepassing op buitenlandse lichamen die aanmerkelijk belanghouder zijn in een Nederlandse vennootschap. Als het aanmerkelijk belang wordt gehouden met als voornaamste doel (of een van de voornaamste doelen)  om de heffing van dividend- of inkomstenbelasting te ontgaan, zijn zij met ingang van de nieuwe regeling buitenlandsbelastingplichtig. Voor deze lichamen betekent de buitenlandse belastingplicht dat zij (gedeeltelijk) onder de Nederlandse belastingheffing vallen. Voorwaarde bij deze regeling is overigens dat het aanmerkelijk belang niet tot het ondernemingsvermogen behoort.

Van herbestedings- naar bestedingsreserve
De huidige regeling van de herbestedingsreserve wordt aangepast. Hierbij wordt tevens de naam veranderd in een bestedingsreserve. De huidige herbestedingsreserve werd vaak gebruikt door belastingplichtigen waarvoor de regeling eigenlijk niet bedoeld was. Met de wijzigingen wordt getracht de beoogde doelgroep, zijnde professionele culturele instellingen, stichtingen en verenigingen waarbij een algemeen maatschappelijk of sociaal belang voorop staat, beter te kunnen bereiken. Gerealiseerde winsten die deze doelgroep maakt kunnen aan de bestedingsreserve worden toegevoegd. De termijn van reserveren van gerealiseerde winsten zal onder de bestedingsreserve van 3 naar 5 jaar gaan.

Research en Development aftrek (RDA)
Naast bovengenoemde veranderingen komt er een belangrijke verandering in de Wet op de vennootschapsbelasting voor bedrijven met innoverende activiteiten. Er komt een (extra) aftrek voor Research & Development.

De regeling wordt vormgegeven middels een extra (fictieve) kostenaftrek. De gemaakte RDA kosten zullen worden vermeerderd met een percentage van (voorgesteld) 40%. De grondslag bestaat uit de kosten die gemaakt zijn voor Research & Development en investeringen die met Research & Development samenhangen. Uitgesloten van deze R&D-kosten zijn de loonkosten. Ook de kosten van aan derden uitbesteed speur- en ontwikkelingswerk zullen in beginsel niet kwalificeren voor de RDA.

De uitvoering van deze regeling zal worden neergelegd bij het AgentschapNL. Naast de verklaring voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaring) zal het Agentschap NL de hoogte van de direct aan speur- en ontwikkelingswerk toerekenbare kosten en investeringen vaststellen. Vervolgens wordt hiervan een bepaald percentage genomen (40%) en de uitkomst daarvan wordt vastgelegd in de RDA-beschikking. Het bedrag dat op de beschikking staat zal als aftrekpost moeten worden opgenomen in de aangifte vennootschapsbelasting. De Belastingdienst zal met betrekking tot de RDA vervolgens alleen controleren of de hoogte van de door de belastingplichtige in zijn winstberekening opgenomen aftrekpost overeenkomt met het bedrag dat is vermeld op de door het Agentschap NL afgegeven RDA-beschikking.

NB. Deze Research & Development aftrek zal ook gaan gelden voor ondernemers in de Inkomstenbelasting.

Uw situatie
Als u de bovenstaande wijzigingen leest, heeft u wellicht al een idee of dit invloed op uw situatie heeft. Misschien verandert er voor u helemaal niets. Anderzijds kunnen de bovenstaande wijzigingen in de wetgeving ook grote effecten hebben op uw huidige (financiële) beleid.

Bij twijfel wat een en ander voor uw situatie betekent, kan het verstandig zijn uw persoonlijke situatie te laten bekijken door een belastingadviseur. Deze kan samen met u opzoek gaan naar de beste oplossing voor uw persoonlijke situatie. De adviseurs van Becx Lieuw van der Meijs zijn meer dan bereidt u hierbij te helpen. Wij nodigen u uit om vrijblijvend contact met ons opnemen. 
Veranderingen in de Inkomstenbelasting in 2012

Let op: Het onderstaande is gebaseerd op de Wetsvoorstellen en amendementen inzake het belastingplan 2012. Dit betreffen voorstellen welke reeds zijn aangenomen door de Tweede Kamer. Echter, de Eerste Kamer dient het belastingplan nog te beoordelen en goed te keuren. Onderstaande voorstellen kunnen derhalve nog wijzigen.

Tarieven 2012
  
Box 1
Bel. inkomen uit werk en woning.
Meer dan – maar niet meer dan
Tarief 2012 (IB + PVV)
1e schijf
0 - € 18.945
33,1% (65+: 15,2%)
2e schijf
€ 18.945 - € 33.863
41,95% (65+: 24,05%)
3e schijf
€ 33.863 - € 56.491
42%
4e schijf
meer dan € 56.491
52%


Van doorwerkbonus naar werkbonus
De doorwerkbonus wordt in 2012 afgebouwd en zal in 2013 volledig worden afgeschaft. In 2013 zal in plaats van de doorwerkbonus een werkbonus worden ingevoerd voor 62-plussers. Deze bonus zal resulteren in een heffingskorting van maximaal € 3.000 per jaar.

Arbeidskorting voor ouderen
Naast de doorwerkbonus wordt ook de arbeidskorting voor ouderen afgeschaft. De werkbonus als hierboven toegelicht komt hiervoor mede in de plaats.

Afschaffing van de spaarloonregeling
De spaarloonregeling wordt afgeschaft. Vanaf 2012 kunnen alle tegoeden opgebouwd met deze regeling onbelast worden opgenomen. Daarnaast is het mogelijk om de tegoeden onbelast in box 3 op de rekening te laten staan tot 2013. Vanaf 2013 worden deze tegoeden dan jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven. Zolang aan de voorwaarden van de spaarloonregeling wordt voldaan zijn de tegoeden na 2013 in box 3 onbelast, alsmede het jaarlijks vrijgegeven bedrag in box 1.

Vitaliteitssparen
Een nieuwe regeling die in plaats komt van de spaar- en levensloopregeling is de regeling van het vitaliteitssparen. Deze regeling staat open voor werknemers, ondernemers in de Inkomstenbelasting en resultaatgenieters. Er kan jaarlijks een bedrag van maximaal € 5.000 worden gestort op een geblokkeerde rekening. De maximale (fiscaal aftrekbare) inleg bedraagt € 20.000. De geblokkeerde spaarrekening behoort niet tot de rendementsgrondslag in box 3.. De opnames uit het gespaarde bedrag zijn belast in box 1. Tot 62-jarige leeftijd kan onbeperkt worden opgenomen vanuit de rekening, na die leeftijd mag maximaal € 10.000 per jaar worden opgenomen. Dit moet ervoor zorgen dat deze regeling niet wordt gebruikt om vervroegd uit te treden.

Afschaffing van de levensloopregeling
Naast de spaarloonregeling wordt ook de levensloopregeling afgeschaft. Voor deelnemers aan de levensloopregeling wordt er overgangsrecht gemaakt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen deelnemers die op 31 december 2011 meer of minder dan € 3.000 levenslooptegoed op hun (geblokkeerde) rekening hebben staan.

Situatie 1: Levenslooptegoed bedraagt minimaal € 3.000
Voor deelnemers die op 31 december 2011 minimaal € 3.000 levenslooptegoed op de levenslooprekening hebben staan, wordt de levensloopregeling vanaf 2012 open gehouden. Dit betekent dat de deelnemer  vanaf 2012 nog geld mag inleggen. Echter bouwt de deelnemer geen levenloopverlofkorting meer op. De deelnemer kan er echter ook voor kiezen om het opgebouwde levenslooptegoed in 2013 onbelast door te laten storten naar een (geblokkeerde) rekening t.b.v. het vitaliteitssparen. Dit kan ook indien het opgebouwde levenslooptegoed meer bedraagt dan € 20.000. Als de deelnemer besluit om na 2013 het levenslooptegoed over te boeken naar het vitaliteitssparen, dan geldt wel het maximum van € 20.000. Het eventuele meerdere is alsdan belast in box 1. Indien eenmaal is gekozen om over te stappen op het vitaliteitssparen, dan kan met niet meer terug naar de levensloopregeling.

Situatie 2: Levenslooptegoed bedraagt minder dan € 3.000
De deelnemer van wie het levenslooptegoed op 31 december 2011 minder bedraagt dan € 3.000, kan het tegoed in 2012 of 2013 voor verlof opnemen. Een andere mogelijkheid is om het opgebouwde saldo in 2013 onbelast door te storten op een vitaliteitsspaarrekening. Bij een levenslooptegoed van minder dan € 3.000 op 31 december 2011, kan niet langer worden ingelegd op de levensloopregeling.

Kindregelingen
Er vinden een aantal wijzigingen plaats ten aanzien van de zogenoemde kindregelingen. De leeftijdsgrens van de aftrek voor levensonderhoud voor kinderen gaat van 30 naar 21 jaar. De aftrek voor weekenduitgaven gehandicapten gaat van 27 naar 21 jaar. De leeftijdsgrens voor het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt verlaagd van 27 naar 18 jaar. Hierbij wordt voortaan gekeken naar de leeftijd van het jongste kind. Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt afgeschaft.

Algemene heffingskorting minst verdienende partner
De uitzondering op de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt stapsgewijs afgebouwd van 2012 tot en met 2014.

Zelfstandigenaftrek
Er komt een aanpassing op de regeling van de zelfstandigenaftrek. Momenteel is de hoogte van de zelfstandigenaftrek afhankelijk van de winst. Hoe hoger de winst, hoe lager de aftrek. Vanaf 2012 is de zelfstandigenaftrek niet langer winstafhankelijk, maar is dit een vast  bedrag van € 7.280.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)
In 2012 mag er maximaal € 9.382 aan de FOR gedoteerd worden. In 2011 was dit nog een bedrag van maximaal € 11.882.

Uw (persoonlijke) situatie
Als u de bovenstaande wijzigingen leest, heeft u wellicht al een idee of dit invloed op uw situatie heeft. Misschien verandert er voor u helemaal niets. Anderzijds kunnen de bovenstaande wijzigingen in de wetgeving ook grote effecten hebben op uw huidige (financiële) beleid.

Bij twijfel wat een en ander voor uw situatie betekent, kan het verstandig zijn uw persoonlijke situatie te laten bekijken door een belastingadviseur. Deze kan samen met u opzoek gaan naar de beste oplossing voor uw persoonlijke situatie. De adviseurs van Becx Lieuw van der Meijs zijn meer dan bereidt u hierbij te helpen. Wij nodigen u uit om vrijblijvend contact met ons opnemen. 
  

VITALITEITSPAKKET

Let op: Het onderstaande is gebaseerd op de Wetsvoorstellen en amendementen inzake het belastingplan 2012. Dit betreffen voorstellen welke reeds zijn aangenomen door de Tweede Kamer. Echter, de Eerste Kamer dient het belastingplan nog te beoordelen en goed te keuren. Onderstaande voorstellen kunnen derhalve nog wijzigen.

Het kabinet Rutte wil langer doorwerken stimuleren en probeert tevens een vereenvoudiging in het belastingstelsel door te voeren. In het belastingplan 2012 wordt een afschaffing van zowel de levensloopregeling als de spaarloonregeling voorgesteld. Daartegenover staat de invoering van vitaliteitssparen, een spaarmethode die een vereenvoudiging moet zijn ten opzichte van de huidige spaarregelingen. Maar in hoeverre biedt deze wijziging fiscale mogelijkheden voor u?

Vitaliteitssparen
In 2013 wordt het vitaliteitssparen ingevoerd. Werknemers, ondernemers en resultaatgenieters kunnen gelden storten op een geblokkeerde spaarrekening. De jaarlijkse inleg is, tot maximaal € 5.000, aftrekbaar in box 1. De maximaal gefaciliteerde opbouw bedraagt € 20.000. Het gespaarde tegoed is tot de 62-jarige leeftijd onbeperkt opneembaar. Vanaf het bereiken van de 62-jarige leeftijd geldt een opnamebeperking van maximaal
€ 10.000 per jaar. Deze opnamebeperking moet ervoor zorgen dat deze faciliteit niet gebruikt gaat worden om vervroegd uit te treden. De opgenomen gelden zijn belast in box 1 tegen maximaal 52% inkomstenbelasting.

De geblokkeerde bankrekening behoort niet tot de rendementsgrondslag in box 3. Derhalve is over het opgebouwde tegoed geen inkomstenbelasting in box 3 verschuldigd.

Levensloopregeling
Zoals hierboven aangegeven wordt met ingang van 2012 de levensloopregeling afgeschaft. Voor huidige deelnemers gaat een overgangsrecht gelden. Dit overgangsrecht is echter afhankelijk van het saldo op de levensloopregeling per 31 december 2011. Er kunnen een tweetal situaties worden onderscheiden.

Situatie 1: Levenslooptegoed bedraagt minimaal € 3.000
Voor deelnemers die op 31 december 2011 minimaal € 3.000 levenslooptegoed op de levenslooprekening hebben staan, wordt de levensloopregeling vanaf 2012 open gehouden. Dit betekent dat de deelnemer  vanaf 2012 nog geld mag inleggen. Echter bouwt de deelnemer geen levenloopverlofkorting meer op. De deelnemer kan er echter ook voor kiezen om het opgebouwde levenslooptegoed in 2013 onbelast door te laten storten naar een (geblokkeerde) rekening t.b.v. het vitaliteitssparen. Dit kan ook indien het opgebouwde levenslooptegoed meer bedraagt dan € 20.000. Als de deelnemer besluit om na 2013 het levenslooptegoed over te boeken naar het vitaliteitssparen, dan geldt wel het maximum van € 20.000. Het eventuele meerdere is alsdan belast in box 1. Indien eenmaal is gekozen om over te stappen op het vitaliteitssparen, dan kan met niet meer terug naar de levensloopregeling.



Situatie 2: Levenslooptegoed bedraagt minder dan € 3.000
De deelnemer van wie het levenslooptegoed op 31 december 2011 minder bedraagt dan € 3.000, kan het tegoed in 2012 of 2013 voor verlof opnemen. Een andere mogelijkheid is om het opgebouwde saldo in 2013 onbelast door te storten op een vitaliteitsspaarrekening. Bij een levenslooptegoed van minder dan € 3.000 op 31 december 2011, kan niet langer worden ingelegd op de levensloopregeling.

Spaarloonregeling
Bij de spaarloonregeling kunt u jaarlijks € 613 vanuit het brutoloon op een geblokkeerde rekening zetten. Over het gespaarde bedrag bent u dan geen belasting verschuldigd. Het ingelegde bedrag kon na vier jaar worden opgenomen. De spaarloonregeling wordt in 2012 echter afgeschaft. Het opgebouwde tegoed kan vanaf 1 januari 2012 in een keer onbelast worden opgenomen. Er geldt derhalve geen wachttijd meer van vier jaar.

Mocht u nog niet deelnemen aan de spaarloonregeling, dan kan nu instappen nog uitermate interessant zijn. In een korte periode kunt u een fiscaal voordeel behalen dat kan oplopen tot € 320. De werkgever dient dan voor 31 december 2011 een geblokkeerde rekening voor u te openen. Indien u in december € 613 op deze rekening stort, kunt u dit bedrag in januari 2012 al opnemen. Het voordeel is dat u over de gestorte € 613 geen belasting verschuldigd bent.

Tot slot
Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande meer informatie willen of een persoonlijk advies willen, dan kunt u altijd contact opnemen met een van onze adviseurs.

Uiteraard is het bovenstaande niet het enige dat wijzigt in 2012. Voor een overzicht van (belangrijke) wijzingen per belastingsoort, kunt u de link hiernaast aanklikken.


 


  

Becx Lieuw van der Meijs

Bastion 50

5509 MJ Veldhoven
tel:040-2307800
fax:040-2307801
Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van deze website aanvaardt Becx Lieuw van der Meijs B.V. geen enkele aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid of voor gevolgen daarvan. Verveelvuldiging van de inhoud van deze website is niet toegestaan
        BECX LIEUW          van der MEIJS         BELASTINGADVISEURS & ACCOUNTANTS